Oerol door de ogen van onze redactie

Bambie gaat tot de bodem. Foto: Neeke Smit

Bambie gaat tot de bodem
Het uitzicht is schitterend: op het Landje van Laura en Wietse in Formerum-Zuid kijk je vanaf de tribune zo de polder in. En op dat landje speelt zich een vrij absurdistisch schouwspel af met twee mannen die samen op hun eigen manier en in alle varianten aan landbouw en natuurbeheer doen op een klein stukje land van nog geen vierkante meter. Ronduit hilarisch is een scène waarbij een van de twee aan ‘planteneducatie’ doet door een groot boek over planten opengeslagen aan de diverse grassen en struiken te laten zien. Ook grappig is de goedbedoelde opmerking van een bio(over)bewuste teler tegen een aardappel: “You can be the potato that you want to be.” Er is voortdurend interactie: tussen de mannen en de gewassen, tussen de mannen onderling en ook tussen de mannen en de drie geiten, die normaliter rustig en ongestoord op het landje staan. Ook rijdt postbode Ale Romar vrolijk zwaaiend voorbij. Aan het eind van de voorstelling wordt het kleine stukje land vervangen door een veld met zonnepanelen en daarna door een distributiecentrum, en is de conclusie, gezongen door een van de twee: “Het is ingewikkeld.” Dat idee hadden we al. Maar gelukkig is het uitzicht nog steeds schitterend. [GV]

Spiral – Danstheater Aya
Ook bij Spiral van Danstheater Aya is het beginbeeld bijzonder. Vanaf de tribune hebben we als publiek uitzicht op het Koreabos en de duinenrij erachter, met boven op de duinen de vijf silhouetten van de dansers. Ze komen in beweging als de muziek, die bestaat uit hypnotiserende beats, begint. Na een snelle spurt vanuit de duinen komen ze aan op het ‘podium’, een kleine grasvlakte. Daar vertragen ze en rollen ze in slow-motion over de grond, om even later uitbundig te springen, te draaien en te schudden. Het is fysiek, het is intens en het is fascinerend. Er ontstaan gezamenlijke patronen, er zijn persoonlijke uitbraken, en uiteindelijk gaan ze, nadat ze zich hebben ontdaan van overbodige kleding, helemaal los als individu, inclusief bijbehorende klanken, om daarna een voor een uitgeteld op de grond neer te vallen. Wat bij mij bleef hangen: vaak is het veiliger en prettiger om in de massa op te gaan, maar soms kun je niet anders dan je eigen pad volgen. En dat levert prachtige danskunst op. [GV]

AYA_Neeke Smit
Danstheater AYA - Anne Suurendonk met de voorstelling “ SPIRAL”. Foto: Neeke Smit

De Oare Kant – Tryater
Diezelfde thematiek, zij het op een heel andere manier, speelt bij De Oare Kant van Tryater, waarbij een vrouw er na een lange relatie achter komt dat haar man en maatje eigenlijk op mannen valt. Terwijl hij zijn nieuwe leven viert en ontdekt wie hij wil zijn, blijft zij achter met heel veel vragen. Wat betekende hun band nu eigenlijk? Kunnen ze een getrouwd stel blijven? En hoe moet het met de kinderen? Zo roept ze op een gegeven moment vertwijfeld uit: “Ik ben een weduwe, maar het lijk leeft nog.” Een mooie vondst is dat alleen de vrouw (gespeeld door Nynke Heeg) tekst heeft. De man drukt zich uitsluitend uit door dans en – kort maar prachtig – zang. Aan het eind zijn er geen antwoorden, maar heeft de voorstelling op een indringende manier laten zien hoe het is wanneer je relatie opeens op een heel andere
manier ingevuld moet worden. [GV]

Tryater_Neeke Smit
Tryater - De Oare Kant. Foto: Neeke Smit

Before The Story Starts – Urland
Wat te doen als je een verhaal wilt vertellen, maar niet weet hoe je moet beginnen? Dat is de – op zich – eenvoudige vraag die theatermaker en meesterverteller Thomas Dudkiewicz stelt aan het begin van de voorstelling. Hij staat alleen voor het publiek, omringd door een aantal speakers. Deze speakers blijken de verschillende kamers en ruimtes af te bakenen van een huis. Dudkiewicz zoekt niet alleen naar de juiste woorden om te beginnen (zo blijft hij minutenlang stil aan het begin), maar ook naar de reden waarom we verhalen vertellen. Dat levert een voorstelling op die steeds fascinerender wordt. Eerdere scènes keren telkens terug, waarbij dezelfde persoon zichzelf ontmoet in een andere rol. En dat is net zo verwarrend en ingewikkeld als het lijkt. Op die manier weet Dudkiewicz, samen met zijn geluidstechnicus, een complete eigen wereld op te roepen. Er zijn deuren die opengaan en weer sluiten, er is een dramatische scène op zee in een vissersboot, maar ook een verstilde theeceremonie. Het is geen eenvoudig verhaal met een duidelijk begin en einde. En na afloop weten we nog steeds niet waarom we verhalen vertellen. Maar wel dat we verhalen en verbeelding nodig hebben. En ook: dat je niet op alle vragen een antwoord hoeft te hebben. [GV]

theatergroep: Urland
voorstelling: Before the story starts
lokatie: Loods Hoekstra
Oerol2026
foto: GeertSnoeijer
Before The Story Starts. Foto: Geert Snoeijer

Threads – Remy van Kesteren
Het is net donker geworden als tegen 23.00 uur de voorstelling begint. We zitten in het zand van de crossbaan, met uitzicht op een container met een harp met op de achtergrond een bomenrij. Tien jaar geleden ontmoette harpist Van Kesteren op Vlieland tijdens het ITGWO-festival de lichtkunstenaar Jurjen Alkema, vertelt Van Kesteren. “Het was het begin van een mooie vriendschap, en ook van een droom om ooit iets samen te doen in een landschap. En nu, hier op Oerol, is het zo ver.” Al meteen wanneer de eerste klanken klinken, ontstaat er een betoverende sfeer. Er is prachtige muziek, er schitteren overal lampjes in het bos, dat even later samen met de zandvlakte verandert in een levend schilderij van licht, kleur en beweging. Na een ingetogen intermezzo met een draagbare elektrische harp, waarbij hij al wandelend Satie speelt, gaat Van Kesteren helemaal los met zijn grote harp, keyboard en loops. Als een dj staat hij te swingen in de container, terwijl beelden van rollende golven ons overspoelen en overweldigen. Voor Van Kesteren werd een droom werkelijkheid. Wij als publiek genoten van een voorstelling waarin muziek, licht en landschap samensmolten tot een onvergetelijke ervaring. [GV]

Photo: Nichon Glerum In Threads verbindt de harpist en componist zijn klassieke wortels met zijn succes als solist en de elektronische muziek die hem naar de popwereld bracht.
Remy van Kesteren. Foto: Nichon Glerum

Joost Oomen – Tot wie wij zijn
Het is zaterdag 9.15 uur ‘s ochtends in het Bostheater van Formerum, en toch hangt het publiek al na enkele
minuten aan de lippen van Joost Oomen. In Tot wie wij zijn gaat de dichter, schrijver en theatermaker op zoek naar een antwoord op een schijnbaar simpele vraag: wat maakt kunst nou eigenlijk kunst?
Oomen vindt een onverwacht aanknopingspunt in de motivatiebrief die voormalig minister Eppo Bruins (“de gewoonste man ter wereld”) in 2024 schreef bij zijn sollicitatie naar het ministerschap van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarin schreef Bruins dat het bij het vormen van een volgende generatie niet alleen om welvaart gaat, maar ook om wat ons land mooi maakt en “wat ons maakt tot wie we zijn.” Oomen schakelt dat moeiteloos gelijk aan kunst: kunst is pas kunst wanneer het ons maakt tot wie we zijn.
Mooi is ook zijn beeld van de kunstenaar als een soort geestverwant van de geesteszieke: beiden worden getrokken door de chaos, maar waar de kunstenaar er met een roeibootje weer uit weet te komen, met iets waardevols in handen, blijft de geesteszieke erin verstrikt.
Tussen die filosofische lagen door blijft Oomen vooral een verbluffende woordkunstenaar. Zijn talent om taal te laten dansen, gecombineerd met een meeslepende performance, maakte de vroege starttijd ruimschoots de moeite waard. Een van de hoogtepunten is een scène over zijn tijd als stadsdichter van Groningen, waarin hij gedichten moest voordragen bij uitvaarten zonder rouwende familie. Bij één zo’n uitvaart, van een overleden junk, doemde onverwacht toch een broer op, die meteen zijn hele dorp Oude Pekela meenam naar de plechtigheid. Hilarisch en schrijnend tegelijk. Een voorstelling die elke minuut waard is; ieder jaar word ik meer fan van deze inmiddels vaste gast op Oerol. [TF]

Joost Oomen
Joost Oomen

De Veenfabriek – Pucks Midzomernachtsdroom
Een sprookjesachtig decor, een liefdesdrankje dat rijkelijk wordt rondgestrooid, en zeven dwergen die er eigenlijk maar drie zijn: Pucks Midzomernachtsdroom van De Veenfabriek is alles behalve een gewone bewerking van Shakespeare.
Tekstschrijver Koos Terpstra plukt uit Shakespeares Midzomernachtsdroom vooral de figuur van Puck, de liefdesgod die als een ware trickster een toverdrankje uitdeelt en daarbij flink uit de bocht vliegt. Onverwacht genoeg laat hij Puck verliefd worden op Sneeuwwitje, compleet met dwergen erbij. Nou ja, drie dwergen, die zichzelf onverstoorbaar tot zeven verklaren: “Beweer jij nou dat wij niet kunnen tellen?”
De kostuums dragen flink bij aan de absurditeit. Koning Oberon verschijnt in een weinig flatterende, vijf maten te grote witte onderbroek, en wanneer een van de dwergen later doodleuk terugkeert in een sm-achtig leren tuigje, geniet het publiek zichtbaar van het schaamteloze schouwspel. Het decor doet al met al denken aan een bad trip, vol kleur en chaos, maar de voorstelling zelf voelt nooit zo aan: dankzij de soundscape van eilandgeluiden en de luchtige toon blijft het overzichtelijk genietbaar in plaats van overweldigend.
Verrassend is de monoloog van koning Oberon: een ruim kwartier durende, woedende aanklacht tegen het gebrek aan moraal en betrokkenheid in de moderne maatschappij. “Jij schiet al in de stress wanneer je pakketje bij de buren wordt bezorgd”, buldert hij, een tirade die bij menig toeschouwer ongetwijfeld een gevoelige snaar zal hebben geraakt. Het is een gewaagde keuze om zo’n lange, serieuze monoloog te plaatsen middenin een verder vrij luchtig sprookje, maar het pakt verrassend goed uit.
Ook na afloop houdt de voorstelling niet meteen op: bezoekers kunnen popcorn, een ansichtkaart of een trui kopen, of op de foto met de man met de ezelskop, een figuur die de hele voorstelling lang zwijgend met masker op het podium heeft gezeten, beroofd van zijn epiloog. Een vreemd, mooi sluitstuk van een voorstelling die op geen enkel moment doet wat je verwacht, wat juist de kracht ervan is. [TF]

PuckMidzomernachtsdroom_Nichon Glerum
Pucks Midzomernachtsdroom. Foto: Nichon Glerum

Productiehuis FLOW – Beckett & 50 Cent
Tijdens deze voorstelling in het Bostheater zoekt het storytellerduo Titus ‘Muis’ Muizelaar (theatermaker, 77 jaar) en Y.M.P. (woordkunstenaar, 38 jaar) naar de zin van het leven. Ieder vanuit zijn eigen achtergrond, die in bijna alles van elkaar verschilt. En hoewel die zin niet wordt gevonden, vinden ze elkaar wel in elkaars verhaal. Er is namelijk één gevoel dat beide mannen delen: dat van dat je altijd doorgaat en doorzet; stoppen is geen optie. Muis herkent dit vanuit het leven in de schouwburg, Y.M.P. vanaf de straat. Y.M.P. doet zijn vurige betoog aan de hand van de teksten van 50 Cent, van het album en film Get Rich or Die Tryin’, over het levensverhaal van 50 Cent, soms met een dikke hiphop-beat eronder. Muis daarentegen haalt in zijn pleidooi ‘oude meesters’ aan zoals Beckett en Brahms en deelt zijn ergernis over de Engelse woorden die zijn verankerd in de Nederlandse taal. Een fenomeen dat voor Y.M.P. juist heel eigen voelt. Hij vertelt over de dagelijkse strijd van de gekleurde man en uit zijn zorgen over de toekomst van zijn zoontjes in deze maatschappij. Ook Muis kaart deze gevoeligheden op het gebied van kleur, afkomst of leeftijd aan, en zowel hij als Y.M.P. vragen zich af waarom dit benoemd of juist niet benoemd moet worden. Waarom doen we dat eigenlijk allemaal? Conclusie: wat Muis en Y.M.P. delen is groter dan kleur, afkomst of leeftijd. Het is een ode aan een vriendschap die alle hokjes overstijgt. [FV]

YMP_Nichon Glerum
Woordenkunstnaar Y.M.P. Foto: Nichon Glerum

Monki Business – Uitkijkers
Boven op het Seinpaalduin staat een klimtoestel van maar liefst zeven meter hoog. Tien stalen palen staan rechtop, reikend naar de zon, met verschillende dwarsverbindingen op verschillende hoogtes. Vanwege de zwarte kleur zorgt het klimrek voor een strak contrast met de blauwe lucht. Wanneer je in het publiek zit, lijkt het net of deze stalen constructie net zo hoog is als de Brandaris die op de achtergrond prijkt. Tijdens de voorstelling Uitkijkers zijn vier acrobaten dit klimrek compleet de baas. Ze klauteren vederlicht omhoog, balanceren op de dwarsverbindingen en slingeren van paal naar paal. Ze hangen op grote hoogte aan één arm, aan elkaar of aan slechts hun voeten. Vertrouwen doen ze blind op elkaar, ze vangen elkaar op en geven elkaar de ruimte, terwijl ze zoeken naar evenwicht en houvast. Ook vertrouwen ze volledig op zichzelf en op hun kunnen. Want het vergt moed en precisie om je vanuit de top met vaart naar beneden te laten glijden, tot vlak boven de grond. Of om vanaf het bovenste puntje van de ene paal te springen naar de andere paal aan de overkant. Hoewel je weet dat je voor deze act veel kracht nodig hebt, zowel lichamelijk als mentaal, doen ze het lijken alsof het een piece of cake is. Vanaf het hoogste punt kijken de vier atleten de wereld uit, recht de toekomst in. Samen verbeelden ze uiteenlopende toekomstdromen. Van speelse fantasieën – maak van de wereld een speelplaats – tot vurige wensen voor vrede in de wereld. [FV]

Monkibusiness_Geert Snoeijer
Monki Business. Foto: Geert Snoeijer

Van de Gekken – Elfje Tromp en Jan Groenteman
De voorstelling begint rustig als Elfie Tromp vertelt over Adèle Bloemendaal. In kamerjas gehuld, haar kapsel verstopt onder een netje en nog half in de make-up, transformeert zij zich gedurende de show steeds meer in haar idool. Iets later staat ze zelfverzekerd in lingerie en hoge hakken, clownsneus op en pruik op, en betrekt ze de mensen op de eerste rij op vermakelijke wijze bij haar show. Zij onderbouwt haar verhaal met liedjes van toen en nu, muzikaal begeleid door Jan Groenteman. Het publiek is overduidelijk bekend met het repertoire van Adèle en zingt hele stukken mee. Hier en daar worden foto’s van de Adèle van toen erbij gehaald via de mobiele telefoon. Je wordt meegezogen in het enthousiasme van het duo. Een vleugje eigen kwetsbaarheid door de voorstelling heen maakt het mooi persoonlijk. Ze eindigt in een minder stoere houding – op blote voeten, in een nachthemd – als zichzelf: Elfie. Zij citeert Simone de Beauvoir, die alles in één zin samenvat: “Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt als vrouw gemaakt.” En zo is het. [Manon Kragt]

thetergroep: Elfie Tromp
voorstelling: Van de gekken
lokatie: Bostheater
Oerol2026
foto: GeertSnoeijer
Elfie Tromp in het Bostheater. Foto: Geert Snoeijer

Troupe Courage – Harlekino
Katrien van Beurden vertelt het verhaal van haar leven via maskers, waarbij ze uitstekend in de rol kruipt van haar moeder, ‘de hoed’ (vermoedelijk de nieuwe liefde van haar moeder) en haar eigen liefdes. Authentiek zijn was altijd het doel. Ze springt van het verleden als kind naar het heden: kanker, en een kind. Alle dramatische aspecten zijn voortreffelijk uitgebeeld via de beschermende laag van de maskers. Op de toneelschool voelde ze zich eindelijk thuis en kon ze zichzelf zijn – tot ze te horen kreeg dat het wel wat minder mocht. Die onzekerheid bracht ze raak over op het publiek. Minder zijn? Kon dat wel? Nee. Ze was zichzelf, en ze mocht er zijn. De show was boven verwachting goed. Het sluitstuk was een bijdrage van Ria, een toeschouwer die Katrien zelf uitnodigde om mee te doen. Achteraf sprak ik meerdere mensen die de voorstelling hadden gezien: allen werden geraakt door Katriens mooie verhaal, met Ria aan haar zijde. Katriens verhaal. [Manon Kragt]

Droplines – Tall Tales Company
We zitten op een open plek in het bos en kijken naar drie jongleurs: Harm, Pieter en Anna. Bij jongleren draait alles om de bal in de lucht te houden en hem niet te laten vallen, vertelt Harm. Maar dat gebeurt natuurlijk wel, ook tijdens een voorstelling. Dat heet een ‘drop’, vandaar de titel. Maar wat te doen als het misgaat, oftewel, zoals Harm benadrukt: “Wanneer je faalt?” Er zijn verschillende manieren om daarmee om te gaan, legt hij uit. Doen alsof het erbij hoort en er een komische draai aan geven, iemand anders de schuld geven, zorgen voor afleiding (Pieter rent vervolgens langs het publiek met ontbloot bovenlijf, tot vermaak van het publiek) en de ‘circus-manier’: dankzij een eerste, mislukte poging krijgt de tweede, geslaagde poging nog meer applaus. En zo gaan de jongleurs samen met het publiek op zoek naar het antwoord, met humor, onderlinge plaagstootjes en knap jongleerwerk. Witte en oranje ballen vliegen in een hoog tempo door het bos, inclusief acrobatiek en ingewikkelde balanceeracts. Waarbij duidelijk wordt dat het er in het leven, net als bij jongleren, niet om gaat om nooit te falen, maar om telkens weer verder te gaan wanneer dat wel gebeurt. En dat je daarbij best de hulp van een ander mag accepteren. [GV]