Afbeelding

Archeologen stuiten op nieuwe raadsels in Terschellinger bodem

Historie

Een 16e-eeuws huisje met een vloer van hergebruikte kloostermoppen, resten van mogelijk glas-in-lood, een onverwacht vroege bewoningsplek bij Striep en een archeologisch raadsel in Hee. Drie weken onderzoek door het archeologieproject CARE (Community Archaeology in Rural Environments) op Terschelling hebben opnieuw een schat aan informatie opgeleverd. Donderdagavond werden in ET-10 de voorlopige resultaten gepresenteerd.

CARE Schylge, een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en eilanders, doet sinds 2023 onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van Terschelling. Daarbij wordt niet alleen gegraven. Ook landschapsboringen, geofysisch onderzoek, metaaldetectie, maritiem onderzoek, historische kaarten en lokale kennis worden ingezet. Doel is te begrijpen hoe de bewoning zich door de eeuwen heen over het steeds veranderende eiland heeft verplaatst, onder invloed van onder meer zeespiegelstijging, overstromingen en stuivend zand.

Raadsel van Hee
Een van de spannendste vraagstukken dook op in Hee, waar eerder al twaalfde-eeuws materiaal was gevonden. Dit jaar werden op meerdere plekken nieuwe proefputjes aangelegd. Onderin kwamen kogelpotscherven tevoorschijn, aardewerk uit de twaalfde en dertiende eeuw. Maar dieper in dezelfde ophoging lagen kloostermoppen. En daar wringt het: volgens de gangbare datering kwamen dergelijke grote bakstenen pas vanaf de dertiende eeuw in gebruik. De volgorde in de bodem lijkt dus niet te kloppen. Zijn de oudere scherven later met ophoogmateriaal meegekomen? Of zijn de kloostermoppen ouder dan tot nu toe werd aangenomen? Zelfs de geraadpleegde baksteenspecialist, professor Gabri van Tussenbroek, kon het raadsel niet direct oplossen, vertelde projectleider Heleen van Londen. Monsters voor C14-datering moeten meer duidelijkheid brengen. “De opgravingen laten in elk geval zien dat de hoogte bij Hee niet simpelweg een natuurlijke verhoging in het landschap is. Mensen hebben er door de eeuwen heen grote hoeveelheden grond opgebracht om een droge en bewoonbare plek te creëren.”

Een bijzonder vloertje
Ook in de omgeving van de Slaperdijk bij Striep volgde een verrassing. Op basis van oude kaarten en eerder onderzoek werd gezocht naar sporen van bebouwing. Nadat eilander Willem Bloem met een prikstok op een verharding stuitte, werden er enkele putten gegraven. Aanvankelijk leverde dat vooral veel puin op, maar stug doorgraven loonde. Tussen het puin zaten opvallend dikke, vroege plavuizen. Ook werden fragmenten van lood en oud glas dicht bij elkaar gevonden: mogelijk resten van glas-in-lood. Ook kwam een intact vloertje tevoorschijn van hergebruikte kloostermoppen. Onder de stenen vloer bleek bovendien nog een oudere lemen vloer te liggen. Het gebouwtje, vermoedelijk uit de zestiende eeuw of eerder, heeft waarschijnlijk meerdere fasen gekend. Vooral de combinatie van plavuizen en glas-in-lood spreekt tot de verbeelding, zei projectcoördinator Josje van Leeuwen. “Wanneer viel er voor het laatst licht door dat glas? Dat moet echt honderden jaren geleden zijn.”

‘Kinderputje’ zorgt voor verrassing
Een andere bijzondere vondst kwam min of meer toevallig tot stand. Op 7, 8 en 9 juli organiseerde CARE familiedagen waarop ouders en kinderen konden meehelpen. Daarvoor koos het team een nauwelijks zichtbare verhoging bij Striep. “Al na ongeveer vijftig centimeter verscheen archeologie”, vertelde Van Leeuwen. “En helemaal onderin, op zo’n 1,60 meter onder het maaiveld, kwamen scherven tevoorschijn die volgens specialisten mogelijk uit de tiende of zelfs negende eeuw dateren. Daarmee zou dit wel eens de oudste bewoning kunnen zijn die we tot nu toe hebben gevonden.”

Tafel met vondsten
In de pauze konden de bezoekers een blik werpen op een tafel vol met vondsten van de afgelopen drie weken, zoals de raadselachtige kloostermoppen en kogelpotscherven van Hee, het glas-in-lood en de plavuizen van Striep, de botten van een hondenpuppy (gevonden in Kinnum), een sleutel (Slaperdijk, Striep) en een intrigerend klein beeldje (Kinnum), dat waarschijnlijk ergens op stond of iets vasthield.

Eilander betrokkenheid
Een belangrijk uitgangspunt van CARE is de nauwe samenwerking met het eiland, benadrukte archeologe Maaike Honshorst aan het eind van de presentatie. “Eilanders denken mee, delen kennis en verhalen, stellen locaties beschikbaar en helpen soms letterlijk mee met graven.” Dat draagvlak is volgens haar onmisbaar: erfgoed kan alleen goed worden onderzocht en behouden als bewoners zich ermee verbonden voelen. Bovendien levert lokale kennis vaak waardevolle aanwijzingen op. Ze bedankte dan ook alle betrokken eilanders. “Dank voor jullie betrokkenheid, enthousiasme en onmisbare bijdrage aan het CARE-project.” De komende tijd worden alle vondsten, monsters en meetgegevens verder onderzocht. “Zodra er meer bekend is, laten we het weten.” [GV]

IMG_8323
Het kleine beeldje wat waarschijnlijk ergens opstond of iets vasthield
Het kleine beeldje wat waarschijnlijk ergens opstond of iets vasthield
care_01
IMG_8365