Afbeelding

Igor Kramer struikelt over 9.000 jaar oude geweibijl

Historie

Naast de onderzoeksresultaten van het archeologische project CARE Schylge is er nog meer archeologisch nieuws te melden. Op vrijdagochtend 10 juli rond tien uur deed oud-Terschellinger Igor Kramer een bijzondere vondst op het strand bij paal 18.4, een stukje ten oosten van Heartbreak Hotel. Half verscholen in het stuifzand tegen de duinen lag een 21,4 centimeter lang stuk gewei, dat inmiddels is geïdentificeerd als een prehistorische bijl van een edelhert, mogelijk zo’n negenduizend jaar oud.

Igor, die tot 2007 als eilander stond ingeschreven en opgroeide op Terschelling, was niet actief op zoek naar bijzondere vondsten. “Ik herkende gewoon zo’n zwart botje, zoals je die wel vaker op het strand tegenkomt”, vertelt hij. “Als ik had geweten dat het door mensen was gemaakt, had ik hem niet zomaar opgepakt.” Pas toen hij een gat in het object ontdekte, veranderde dat. “Eerst dacht ik nog aan een boormosselgaatje, maar toen ik beter keek, wist ik het zeker: dit is mensenwerk.”

Toevallige ontmoeting
Thuis ging het verder via internet. De vrouw van Igor vond online een artikel over een vergelijkbare vondst op Texel, destijds beoordeeld door Ecomare. Igor meldde zijn vondst bij het meldpunt archeologie en ging ermee naar het museum ’t Behouden Huys, waar toevallig een archeoloog gespecialiseerd in botvondsten op het punt stond de boot te nemen. Die reageerde meteen enthousiast. Kramer: “Johan (achternaam volgt) was in het kader van CARE Schylge op het eiland; hoe toevallig dat ik hem net trof in het museum? Hij zei dat hij direct kippenvel kreeg bij het zien van het object.” Samen met Odi Littmann van museum ‘t Behouden Huys werden vervolgens foto’s gemaakt, waarna Kramer contact zocht met het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, dat dit soort vondsten landelijk registreert.

Tijdperk jager-verzamelaars
Van daaruit kwam al snel een eerste, voorlopige inschatting terug: op basis van de foto’s zou de bijl uit de tijd van jager-verzamelaars stammen, ongeveer negenduizend jaar geleden. Vermoedelijk is het object meegekomen met zand dat is opgespoten uit de Doggerbank, ooit begaanbaar land waar destijds jager-verzamelaars leefden. Onderzoek moet nog uitwijzen of dit klopt. Volgens Igor is dit soort vondst schaars: “In heel Noord-Holland zouden er tot nu toe maar twee bekend zijn. Museum ‘t Behouden Huys heeft weliswaar al een vergelijkbaar object, maar dat exemplaar is van rendiergewei, kleiner en beschadigd.” De vondst van Igor is intact.

Half jaar
Wat er met de bijl gebeurt, is nog niet besloten. Officieel is het vondersrecht aan Kramer zelf, maar hij hoopt dat het object een plek krijgt in het Behouden Huys vanwege de link met Terschelling. Musea en archeologen krijgen sowieso minstens een half jaar de tijd om te bepalen of ze het object nader willen onderzoeken. Wellicht komen we over ruim zes maanden weer met nieuws over deze bijzondere vondst. [TF]