
Vierde jaar voor archologisch project CARE Schylge
HistorieEilander vrijwilligers Cees de Jong en Cor van der Pol
Op de percelen van Van der Kooij bij Hee, nabij de twee vakantiehuizen, wroetten afgelopen week studenten en vrijwilligers dagenlang in de aarde. Putten van één bij één meter onthulden laag voor laag de geschiedenis van het eiland. En die blijkt ouder dan verwacht.
Het is het vierde jaar dat CARE Schylge op Terschelling actief is. Het project, een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en Buro de Brug, brengt studenten, wetenschappers en eilanders samen om de archeologische geschiedenis van Terschelling in kaart te brengen. Projectleider Heleen van Londen, universitair docent archeologie aan de UvA, is de spil van het onderzoek. “We proberen landschappelijk te werken. Dat wil zeggen: vanuit de wetenschap proberen te snappen hoe het zat: wat voor landschap was er in welke periode, waar zaten de mensen, wat deden ze daar. Zo’n aanpak, zonder dat er een bouwinitiatief aan voorafgaat, gebeurt eigenlijk nauwelijks op deze manier.”
Croissant in het landschap
Voordat er een dijk was, lag er bij Hee een natuurlijke hoogte in een boogvorm, die Van Londen omschrijft als een croissant. “Hee ligt op de westelijke punt van die croissant, en Horp bij Kaard op het andere horentje.” Uit de putten komen scherven tevoorschijn uit de tiende tot twaalfde eeuw, van vóór de bedijking. “We komen er nu achter dat er op Hee al een huisterp was, een vroege bewoningsheuvel. Bij de latere bedijking werden vaak de ruimtes tussen huisterpen opgevuld om zo het eerste dijkje te vormen. Mogelijk is dat hier ook zo.”
Kloostermop
De opvallendste vondst op Hee deden studenten samen met senior archeoloog Josje van Leeuwen, die naast de dagelijkse begeleiding van het veldwerk ook zelf de putten in gaat. Op zo’n negentig centimeter diepte stuitte ze op een hergebruikte kloostermop: een extra grote, handgevormde middeleeuwse baksteen. “Kloostermoppen waren in die tijd schaars en kostbaar nieuw bouwmateriaal. Waarom je die dan al zo diep terugvindt, verbaast ons echt.” Wat bovendien leek op een natuurlijke verhoging, blijkt grotendeels door mensenhanden opgehoogd.
Eilanders als onmisbare kracht
Naast studenten zijn ook eilanders actief betrokken. Cees de Jong doet dit jaar voor het vierde jaar mee, Cor van der Pol voor het derde. Ze graven, zeven en registreren vondsten nauwgezet op diepte. “Het leukste is het eindresultaat”, zegt Van der Pol. “Dan wordt alles geëvalueerd: wat er gevonden is, waar gegraven is, wat het betekent. Dat is elke keer weer verrassend.” De Jong rolde er bijna vanzelf in. “Bekenden waren bij mij in de buurt een put aan het graven. Ik zei: ‘Ik kan jullie wel even helpen.’ Ik ben niet meer weggegaan.” De mannen noemen als eerdere hoogtepunten een speld, die vorig jaar werd gevonden bij de polder van boer Cees Cupido in Lies, en een stuk van een Jacobakannetje uit vermoedelijk de late middeleeuwen.
Graanresten
Een derde vaste eilander is Willem Bloem, hobbyarcheoloog en -historicus, die zich al jaren intensief bezighoudt met de historie van het eiland en door de eilander vrijwilligers wordt omschreven als de kartrekker. Ondertussen schuift de bewoningsgeschiedenis van het eiland steeds verder terug in de tijd. Oude boringen in het duingebied leverden graanresten op van voor de vierde eeuw na Christus, waarmee de veronderstelde startdatum van bewoning op het eiland van rond 800 naar de Romeinse tijd is verschoven.
Project verlengd
Het project was oorspronkelijk voor vijf jaar gepland, maar is inmiddels verlengd tot in elk geval 2030. Eilanders die willen meedoen, kunnen zich aanmelden via de CARE Schylge-app. De komende twee weken wordt het onderzoek voortgezet op andere locaties op het eiland, zoals in de polder bij Striep. De Terschellinger besteedt na afloop opnieuw aandacht aan de bevindingen. [TF]
Kijk voor meer informatie op careschylge.nl
Josje van Leeuwen in de put waar zojuist een kloostermop werd gevonden