Afbeelding

Nieuwe columnist in de Terschellinger: Loes Dijk

Mens, maatschappij en historie

Loes Dijk woont al zo’n 22 jaar op West, maar noemt zichzelf geen Terschellingse. Dat onderscheid maakt ze bewust. “Ik ben terechtgekomen in een familie met echte Terschellingers. Die diepe passie en liefde die zij voor hun eiland voelen, zijn bijzonder om te zien. Soms merk ik daardoor dat ik toch van een andere planeet kom.” Vanaf deze maand schrijft Loes een maandelijkse column voor de Terschellinger. Tijd voor een kennismaking.

Op haar 61e zette Loes een punt achter 41 jaar onderwijs, waarvan dik twintig jaar als directeur van basisschool ‘t Jok in Hoorn. Niet omdat het moest, maar omdat ze het kon en wilde. Haar partner Klaas Knop is ouder en al met pensioen. “We hebben ook wel in de gaten dat we niet meer een 40-jarig jubileum gaan vieren. Dus nu is nu.” Ze was klaar voor een nieuwe fase: fit, op eigen voorwaarden. Want het onderwijs was een leuke maar geen makkelijke baan. “Als eindverantwoordelijke ben je ook in de vakanties aan het werk, in de weekenden, ‘s avonds. Voor mij was het goed om daar na 41 jaar een punt achter te zetten. Stoppen gaf tijd en ruimte voor andere dingen.”

Gastlessen en camperreizen
Die andere dingen vullen haar dagen meer dan goed. Ze geeft gastlessen voor Stichting Na de Oorlog, waarbij haar familieverhaal over de Tweede Wereldoorlog de aanleiding vormt voor gesprekken met scholieren over uitsluiting, discriminatie en huidige oorlogen. Ze trekt daarvoor door de meest noordelijke provincies. “Ik vind het ontzettend waardevol om te doen. Je gaat in gesprek met de jeugd over dingen die er echt toe doen.” Daarnaast leidt ze excursies voor het eilander Bunker Museum en helpt ze vriendin Esmé Bijlsma met kookavonden bij Pasta aan Zee. In mei en september trekt ze met Klaas en de camper richting Scandinavië of Schotland. “We zijn allebei fan van alles wat een beetje ten noorden van Terschelling ligt.”

Een monumentje voor zijn stilte
Schrijven deed Loes al langer. Toen ze op het eiland aankwam en de toneelclub bleek voorbehouden aan Aasters, zocht ze een andere uitlaatklep. De verhalen stapelden zich sindsdien op in haar computer: over Oerol, over het eilandleven, over van alles. Haar eerste boek, uit 2013, doorbrak de stilte van haar vader over zijn oorlogsverleden. “Hij was een zwijgende man over alles wat er was gebeurd. Ik wilde zijn stilte doorbreken, zijn verhaal vertellen, vanuit hoe ík hem heb beleefd.” Haar moeder las het manuscript en zei: je hebt een monumentje voor je vader geschreven. Het boek leidde tot lezingen en contacten met mensen met vergelijkbare ervaringen, soms nog jaren later. Een tweede boek volgde, uitgebracht tijdens de coronacrisis, en een derde, een bundel eilandverhalen over haar jaren in het onderwijs. “Dat was een cadeautje aan het onderwijs voor alle mooie jaren die ik daar heb gehad.”

Een sport
De column is weer een ander genre, en dat spreekt haar aan. “Je schrijft een uitgebreid verhaal en dan gooi je alles eruit wat ballast is. Soms een hele alinea, weg ermee, want dit is niet de kern. Dat is echt een sport.” Thema’s heeft ze nog niet vastomlijnd, maar de richting is wel duidelijk. Geen grote betogen, liever de kleine eilandmomenten die mensen herkennen zonder dat ze er zelf een verhaal van hadden gemaakt. “Er vallen me dingen op die een ander misschien niet opvallen, en bij mij wordt dat een verhaal.” Ze schrijft vanuit haar eigen blik, haar eigen leeftijd. “Ik ben 62, dat is een heel andere kijk dan wanneer je 28 bent. Het is vanuit mijn levenservaring, en ik hoop dat dat mensen aanspreekt.”

‘Wat schrijft ze leuk’
Wat ze hoopt los te maken? Herkenning, een knipoog, een grappig nadenkertje. “Dat mensen het er met hun buurman of vriendin over hebben.” En bovenal: de liefde voor Terschelling. Als voormalig schooldirecteur heeft ze ook weleens minder populaire beslissingen moeten nemen. Dat ze nu een andere kant van zichzelf kan laten zien, vindt ze mooi. “Iemand zei ooit: ik wist niet dat je eigenlijk best wel leuk was. Dat gaf me even zoiets van... oh, denken mensen zo over mij?” Ze lacht. “Ik hoop dat mensen denken: wat schrijft ze leuk. En de volgende keer: hé, ze staat er weer in.” [TF]